147-50

bloem

 

 

 

 

 

 

 

 

BLOEM:
Wordt in de rondte gehaakt. Haak volgens telpatroon A.1, dus haak als volgt:
Haak 5 l met haaknld 3 mm en beige, lichtbruin of maisgeel en vorm een ring met 1 hv in eerste l.
TOER 1: 2 l (= 1e hstk), 13 hstk in l-ring en eindig met 1 hv in 2e l van begin van toer = 14 hstk.
TOER 2: 1 l, * 3 l, sla 1 hstk over, 1 hv in volgende hstk *, herhaal van *-* nog 6 keer (= 7 keer in totaal) – LET OP: ga verder met pink en haak de laatste hv op toer in eerste l van begin van toer = 7 l-lussen.
TOER 3: 1 l, haak in elke l-lus: 1 v, 2 l, 3 dstk, 1 l, 3 dstk en 4 l. Eindig met 1 hv in eerste l van begin van toer = 7 blaadjes. Knip de draad af en zet vast.

BLAADJE:
Wordt heen en weer gehaakt.
* Haak 10 l met haaknld 3 mm en legergroen. Haak de teruggaande toer in l-ketting als volgt: 1 v in 2e l vanaf haak, 1 l, 1 stk in volgende l, 1 l, 1 dstk in volgende l, 1 driedubbel dstk in elke van volgende 2 l, 1 dstk in volgende l, 1 stk in volgende l, 1 l, 1 hstk in volgende l, 1 hv in laatste l *, herhaal van *-* nog een keer = 2 blaadjes. Knip de draad af en zet vast. Zet blaadjes vast aan achterkant van bloem met nette, kleine st, knip de draad af en zet vast.

telpatroon 147-50